Op 21 december bezochten we onze nieuwe Deken de Hoogeerwaarde Heer Alexander de Graaf-Woutering in zijn pastorie in Horst.Een monumentaal, statig pand, gelegen aan de Hoofdstraat, dat op deze winterochtend is omgeven door een sneeuwtapijt en op een Dickensachtige prent lijkt.De ontvangstkamer is sfeervol en warm met een grote kerstboom, foto’s en veel familieportretten, die de wanden sieren.Op tafel een boeket gedroogde mauve hortensia’s als herinnering aan de mooie zomer van 2009.We worden door deken de Graaf-Woutering gastvrij onthaald met geurende koffie en chocola.In deze sfeervolle ambiance vertelt de deken over zijn familieachtergronden en studie en zijn werkzaamheden als aalmoezenier en zijn huidige functie al deken.Ouders, jeugd, studie.De deken is geboren in Roermond als jongste van twee zoons.Zijn ouders, van wie de moeder in Ned. Indië werd geboren, woonden jarenlang in Ned. Indië, waar vader varend officier was en waar moeder op zeer jonge leeftijd met haar familie in het Jappenkamp terecht kwam, uiteindelijk de oorlog overleefde.Daarna leefde het gezin in de Bersiap-periode, een gewelddadige periode in de Indonesische geschiedenis, die duurde van ongeveer van oktober 1945 tot begin 1946, in een voortdurende dreiging en intussen was moeder bijna 10 jaar.Daarna was het enkele jaren rustig, maar toen begon het conflict om Nederlands Nieuw-Guinea dat tot 1962 duurde.Vanaf 1952/53 tot eind 1957 was er weer voortdurend een situatie van dreiging, waarin de familie van de deken leefde: men mocht nooit naar buiten zonder bediendes, zonder bewaking; men leefde in grote huizen, maar alles ommuurd en vaak levensgevaarlijk.In 1957 is de familie van de deken als Nederlandse familie uit Indonesië gezet en alle goederen, plantages, fabrieken, enz. werden geconfisqueerd. Men werd op de boot gezet zonder iets mee te kunnen nemen en moest naar Nederland toe. Tengevolge van een bombardement op het vrouwenkamp heeft moeder bijvoorbeeld een grote angst opgelopen voor vuur en knallen, waardoor vuurwerk bij de oudejaarsviering voor haar een traumatisch gebeuren is. Deze oorlogservaringen draagt een mens zijn leven lang mee en op oudere leeftijd komen dergelijke herinneringen vaak nog intenser boven.De vader van de deken heeft van huis uit geen religie en zijn moeder is protestant en zelf is hij op zeventienjarige leeftijd katholiek geworden en naar de priesteropleiding gegaan; zijn oudere broer is met diens gezin inmiddels katholiek geworden.Hij heeft recent ethiek en sociale leer van de kerk aan de universiteit van Leuven gestudeerd.Met 24 jaar is de deken als kapelaan en leerling van deken Hanneman in de Lambertusparochie begonnen. In 1993 werd hij overgeplaatst naar Venray, waar hij 15 jaar verbleef, wonend in Castenray. In de periode in Venray is de deken meer een kerkelijk manager geworden. Hij heeft destijds drie parochies opgeheven en tot een eenheid gesmeed, twee kerken gesloten, een vrijwilligersorganisatie opgezet, een stuk verjonging binnen de kerk geregeld. De samenwerkingsverbanden in clusters en werkwijze van het priesterteam heeft hij daar in zijn functie als aalmoezenier van sociale werken mede vorm gegeven en dat is de reden dat de bisschop hem in deze managementfunctie van deken heeft benoemd.Huidige functie als deken, inspiratie, religieDeken de Graaf-Woutering werd op 22 maart 2009 als deken geïnstalleerd. Hij vindt dit ambt op diverse niveaus inspirerend en beschouwt het als verrijking dat hij met uiteenlopende mensen mag werken.Religie is een materie die vaak moeilijk bespreekbaar is, maar naar voren komt op cruciale momenten in het leven van ieder mens en m.n. ook in de periode van ziekte en sterven. Men wordt dan teruggeworpen op zichzelf, waardoor lagen in de mens worden aangeboord, waarvan men vergeten was dat men die bezat. De priester is dit proces een gesprekspartner die bijna als vanzelfsprekend deel uitmaakt van de naaste omgeving van de zieke. Er zijn intense belevenissen in gesprekken met de zieke mens in de terminale fase.Men is zich niet bewust dat men op dat soort momenten wordt gedragen en elkaar kan vertroosten met gebaren en woorden op een wijze welke het menselijk kunnen absoluut te boven gaan.Men ervaart dit zo fascinerend en diep dat woorden om het te vertolken eenvoudig tekort schieten. Men is in die periode verwijderd van de wereld van gejaag in dit ondermaanse bestaan van lach en traan, waarin zoveel surrogaat de boventoon van ons leven steeds weer bedreigt.Men beleeft in gesprek met de zieke, stervende mens een rust en gedragenheid, welke bijna onwezenlijk aandoen.De taak van de priester in dit proces is in verbondenheid met de zieke het beste in deze mens boven te halen, ook in de relationele dimensie.Taak van de religie is een houvast te zijn, steun en inspiratie te bieden: een hand op iemands schouder leggen en als iets moeilijk is hier uiteindelijk een positieve wending aan weten te geven.Deken de Graaf-Woutering ziet als een functie van ons geloof: een houvast bieden en een inspiratiebron zijn.Over de vraag naar Gods rol in het lijden van mensen merkt de deken op dat hij vaker is geconfronteerd met boosheid op en onbegrip jegens God vanuit hen die door lijden worden getroffen:”Hoe kan God dit toelaten?” is dan vaak de vraag van de wanhopige mens.Deken de Graaf-Woutering is ervan overtuigd dat God absoluut niet de hand heeft in tragedies, maar juist enorm helpt en stuurt door mensen tot helpen te inspireren en uit het kwade veel goeds te laten voortkomen. Hij biedt houvast en sturing in moeilijke omstandigheden, die we echter zelf met hard werken moeten proberen te boven te komen. God is geen Sinterklaas, Kerstman of tovenaar bij wie je bestellijstjes kunt indienen.God is bewogen, wanneer hij het lijden van mensen ziet en God schiet ons te hulp, als het lijden onze krachten te boven gaat.
God is ook mededogen.Als men in staat is God te leren liefhebben, ondanks eigen beperkingen dan is men ook in staat om te erkennen dat het vermogen om te vergeven en het vermogen om lief te hebben de middelen zijn die God heeft gegeven om een compleet, moedig en zinvol leven te leiden in een minder dan volmaakte wereld, waarin altijd een luik is naar het licht.Stelling van het Matteüs Evangelie dat men de kwaliteit van een samenleving kan meten aan hoe ze met de kwetsbaarsten omgaat.Een bondig antwoord van de deken op deze stelling is “Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd”.De materiële strevingen en hebzucht in de huidige tijd, de zucht naar alsmaar meer, onttrekt dikwijls aan het oog dat er meer gaande is, zoals verborgen armoede. De deken geeft de voorkeur aan de term “kwetsbaarheid” i.p.v. armoede.Er is weinig oog voor fysiek en geestelijk lijden in de huidige samenleving: alleen groot, interessant en spectaculair is “in the picture”. De toegenomen geestelijke en materiële armoede is ogenschijnlijk niet interessant genoeg voor de grote massa, constateert de deken.Volgens de deken verricht de Cliëntenraad bijzonder belangrijk werk in deze, omdat de Cliëntenraad kwetsbare mensen in beeld brengt, een stem geeft en uit hun sociaal isolement haalt.Ervaringen met de huidige economische crisis bij het dekenaat Horst aan de Maas.De deken ervaart dat zowel in Horst, als ook (meer nog) in het grotere Venray mensen hun banen kwijt raken tengevolge van de economische crisis, terwijl het perspectief ongelooflijk slecht is.Jongeren die afstuderen en geen baan kunnen krijgen.En ook mensen die een bepaald uitgavenpatroon gewend waren en door de economische malaise hun verplichtingen niet meer na kunnen komen, ontmoet de deken regelmatig.Er wordt ook meer een beroep op de kerk gedaan, ook in het dekenaat Horst aan de Maas. Het dekenaat heeft sedert een paar maanden “Diaconie nu” op dinsdagochtend in de crypte van de Lambertuskerk met mogelijkheid tot bezinning, hulp als laagdrempelige voorlichting en hulp bij formulieren invullen, begeleiding naar bijvoorbeeld de gemeente en tevens vindt men er relevante religieuze literatuur alsook een luisterend oor voor àlles waar men mee zit of rondloopt.Deze ochtenden worden bemenst door o.a. de dames Pelzer en Biemans.Ook wordt vanuit de kerk een voedselpakkettenaktie georganiseerd voor groepen mensen die overal buiten vallen. Er is een speelgoedinzameling geweest voor kinderen van het AZC (Asielzoekerscentrum), alsmede een schoenenactie voor het AZC.Volgens de deken komt beroep op de Kerk als “de laatste strohalm” iets te vaak in beeld; de kerk wil en kan dan helpen, maar het is een slecht teken dat dit te vaak nodig is!Het overheidsbeleid zou hierop beter kunnen inspelen via een minimabeleid dat voorkomt dat mensen bijvoorbeeld een veel te lange tijd moeten wachten tussen aanvraag van een uitkering en de toekenning ervan.Ook de Cliëntenraad kan hier een constructieve bijdrage leveren in goede samenwerking en in overleg met mensen van de kerk.Boeren en tuindersVolgens de deken is het tot nu toe sedert zijn benoeming eind maart van dit jaar nog niet veel voorgekomen dat hij boeren en tuinders bezocht, die ook erg getroffen zijn door de huidige economische crisis.Hij oriënteert zich veeleer in zijn functie van aalmoezenier bij de bedrijven. Boerentrots speelt zeker een rol dat de agrariërs niet gauw zelf zullen komen ingeval van financiële nood. Mevrouw Alice Frijns, theologe en stafmedewerkster bij het Bisdom, Dienst Kerk en Samenleving, m.n. ook voor het platteland, is een van de contactpersonen in dit verband.Ook is de Dienst Kerk en Samenleving graag bereid samen te werken met de Limburgse Vrouwenraad (LVR) in hun toekomstig onderzoek, waar Horst aan de Maas als focusgemeente fungeert naast het Mergelland, naar de positie van de vrouw op het platteland in deze tijden van recessie.Ook hier moet volgens de deken de Kerk beschikbaar zijn: “Een Kerk die niet dient, dient tot niets”.Contacten met andere religies binnen de gemeente.Voorzover er vanuit andere religies toenadering wordt gezocht met de katholieke kerk zal daar altijd op constructieve wijze op worden ingespeeld, de katholieke kerk staat er open voor, aldus de deken.Huidige belangstelling voor spiritualiteit en pelgrimage.In de periode na het rijke Roomse Leven was het praten over godsdienst bijna achterhaald en wat we nu zien is dat mensen na overspoeld te zijn met weelde met diverse gezichten en mindere kanten, er achter kwamen dat hoe meer we verzamelden en hoe rijker we werden niet parallel liep met geluk, sterker nog: dat dit het ware geluk niet brengt. Men heeft in de gaten dat het leven meerdere dimensies heeft. Alleen als men al deze dimensies kan bereiken en een zeker evenwicht hierin vindt, kan men verder en vandaar dat mensen de niet-materiële richting in zijn geslagen endaar zoeken. De deken vindt dat bijzonder hoopvol. Hij wijst er op dat onze kerk een enorme schat aan spiritualiteit heeft. De kerk is hier, zeker in West-Europa een materiële zuivering aan het ondergaan en omdat ze tot nu toe de meest vanzelfsprekende leverancier van zingeving en spiritualiteit was, is ze even uit de mode, maar de deken is ervan overtuigd, dat deze zoektochten ook de geestelijke schatten van onze eigen gelovige achtergronden zal aanboren, maar dat heeft even tijd nodig.De kerk moet niet bang zijn om zelf sommige vormen, die cultureel en tijdgebonden zijn, aan te passen, wat andere accenten te plaatsen, meer relevant in de samenleving te gaan staan, duidelijk bezig zijn met problemen en zaken die ook in de samenleving spelen, de taal en toon van mensen hier en nu opnieuw te leren spreken.Als de kerk dichter bij de samenleving gaat staan, dan zal die samenleving ook omhelzen wat de Kerk aan spiritualiteit en zingeving te bieden heeft.In de kerken zie je af en toe angst voor verandering en angst voor de samenleving, omdat volgens velen de veranderingen zo veel ontkerkelijking hebben teweeg gebracht.Er is dientengevolge een tendens om naar binnen te keren en zich alleen maar met sacristie en binnenkerkelijke zaken bezig te houden, maar daarnaast is een sterke beweging om juist naar buiten te gaan en naar die samenleving toe te treden, waarbij het dan zeer belangrijk is dat de kerk opnieuw een taal en een toon leert spreken, die door de mensen hier en nu gewaardeerd kan worden, waarbij je van de samenleving mag verwachten dat ze de tijd neemt te luisterennaar de kern van de boodschap van het Evangelie en de Kerk niet alleen maar als het Instituut te zien dat macht en invloed probeert terug te verwerven, die tijd is allang gedaan.Het is van belang dat men probeert te luisteren wat de kerk te bieden heeft aan kwaliteitsverbetering van de samenleving, want dat is wat de kerk wil neerzetten.Interviewers:Helene Knippenbergh en Anke Achten.
Op de Steunkaart van Limburg kun je zien bij welke instellingen en organisaties die zich met armoede bezighouden, je terecht kunt.
Reacties
Nieuwe reactie inzenden