Op 8 juni 2010 vond de presentatie plaats van de publicatie 'Armoede en recht doen'. Tijdens deze dag werden waardevolle tips uitgewisseld over de manier waarop 'helpen onder protest' in de praktijk kan worden gebracht. Hieronder vindt u uit de plenaire inleidingen en de workshops een verzameling aandachtspunten en suggesties.
De lijst kan als overweldigend overkomen voor wie zou denken dat al deze tips opgevolgd zouden moeten worden. Bedenk dat sommige tips komen van organisaties die met een heel stel professionele krachten en soms honderden vrijwilligers werken. Beschouw de lijst als een groslijst van mogelijkheden die u op ideeën kan brengen. En voer vervolgens uit wat u aanspreekt en wat binnen uw mogelijkheden ligt. Niet meer en niet minder.
Succes!
Tips uit de inleidingen
Uit de presentatie van Klaas van der Kamp
- Kerken mogen best meer lef hebben om hun ervaringen publiek kenbaar te maken. Ze hebben er uitstekende organisatievormen voor.
- Wees als kerken zichtbaar, niet te soft en zeg wat er aan de hand is.
- Ga als arme zelf aan de bel hangen bij de politiek.
- De politiek moet zelf op pad naar de mensen toe.
- Wees met je hart bij de mensen die je ontmoet.
- Behandel niet alle vragen op individueel niveau, en stel ook een breder niveau aan de orde.
- Wees niet alleen bezig met het niveau van barmhartigheid, maar ook van gerechtigheid.
- Je kan onrecht aanklagen, zoals de profeten dat in de Bijbel deden.
- Gerechtigheid heeft te maken met activiteiten die het daglicht kunnen verdragen.
- Diaconie is de rijke helpen om de arme te zien en gerechtigheid uit te oefenen.
Uit de presentatie van Willie Roskam Kroeze uit Hellendoorn
- Kerk en politiek kunnen van elkaar leren en daar moet je allebei werk van maken.
- Bundel politieke,economische, sociale en religieuze krachten om armoede en sociale uitsluiting tegen te gaan, met dank aan Hub Crijns op pag. 33 boekje.
- Open ogen, oren en hart voor je medemens en dat kan vanuit de politiek en de kerk.
- Werken aan bewustwording kunnen we allemaal, bijvoorbeeld door een lokale armoedeconferentie te openen met het oog op het bij elkaar brengen van tips.
- Organiseer vanuit burgerlijke overheid en kerk lunchbijeenkomsten met mensen met een laag inkomen.
- Of organiseer een inloopochtend en zorg dat politici en ambtenaren daar regelmatig ook binnenlopen.
- Doe iets aan laaggeletterdheid als middel van de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting.
- Gebruik de Millenniumdoelen als ophanging voor je activiteiten.
- Het gaat niet om genade, maar om recht.
- De overheid is er voor de bescherming van de mensen via sociale zekerheid; de kerk en diaconie verlenen aanvullende zorg.
- Overheid en kerk kunnen samenwerken in die taken door middel van het oprichten van een gezamenlijk Solidariteitsfonds of Hulpfonds.
- Werk mee aan het inzetten van budgetbuddy’s of financiële maatjes.
- Informeer alle kerken en burgerlijke gemeenten over het boekje Armoede en recht doen. Helpen onder protest in de praktijk.
Uit de presentatie Lútzen Miedema uit Zwolle
- Nodig politici uit voor keukentafelgesprekken bij mensen met een laag inkomen.
- Werk met je hoofd, hart en handen over de mens in benauwenis en weet dat dit voorkomt uit Gods liefde voor de mens in benauwenis.
- In het bondgenootschap tussen kerk en arme mensen is de luisterhouding uitgangspunt.
- Ook Diaconale Platforms moeten zich die luisterhouding eigen maken
- Wederkerigheid betekent dat je elkaar opzoekt, al je vragen en ervaringen inbrengt, en samen wegen zoekt om verder te komen.
- Praat nooit over arme mensen maar altijd met.
- Neem wederkerigheid als uitgangspunt.
- Neem als diaconie de burgerlijke overheid niet moreel de maat.
- Eigengenoegzaamheid is zowel voor burgerlijke gemeente als voor kerk een valkuil. Om dat te voorkomen is ontmoeting en contact broodnodig.
- Ga niet hollen als diaconie en volg het initiatief van de betrokkenen zelf.
- Let op de sterke kanten van arme mensen zelf: weerbaarheid, kracht, budgetkennis door ervaring, ruileconomie, kleinschaligheid, economie van het inleveren, en zet die krachten in in het werk van kerk en gemeente.
- Bij invorderingen voortkomend uit teveel betaalde uitkeringen te goeder touw is juridische hulp nodig. Organiseer die vanuit de lokale overheid.
- Bij bedrijfsfaillissement is het gezin van de ondernemer vaak de dupe en de kip die geplukt kan worden, terwijl er te weinig inkomensondersteunende voorzieningen voor aanwezig zijn. Dat is een witte plek in de sociale zekerheid.
Tips uit workshop 1 – Versterken van (groepen van) armen
- Werk samen met lokale organisaties.
- Organiseer de deskundigheid die deze organisaties hebben.
- Organiseer je vrijwilligers.
- Geef hen een korte training over het huisbezoek, gesprek aan de deur.
- Zorg voor geld om de Kanskaart te drukken en aan pr te doen.
- Maak als je het ontmoet de huiver of argwaan tegen burgerlijke gemeente of tegen kerk bespreekbaar. Ook dat kan een hulpvraag zijn.
- Heb je jezelf de vraag gesteld wat je met ongedocumenteerden doet als je die ontmoet?
- Maak gebruik van het Joseph Wresinkski Cultuur theater over armoede.
- Zorg voor een inloophuis of inloopochtend.
- Nodig de burgerlijke gemeente uit zelf ook zo iets als kanskaarten uit te zetten.
- Signaleer schulden van mensen zo snel mogelijk door naar de burgerlijke gemeente, zodat ze vaart zetten achter hun hulptraject.
- Blijf nabij bij mensen die in een schuldhulpsaneringstraject zitten.
- Weerspreek het hardere landelijke politieke klimaat ook op basis van de humane ervaringen die je opdoet bij lokale ambtenaren, politici en kerken.
Tips uit workshop 2 - Werken aan bewustwording en erkenning
- Ga met mensen samen naar instanties toe; treed op als een soort 'buddy'.
- Richt een 'open spreekuur' in waar je de problemen van mensen op het spoor komt.
- Probeer naast spreekuur mensen op te zoeken via huisbezoeken.
- Het leggen van contact met mensen die zich sterk afsluiten moet je vanuit b.v. voedselbanken niet forceren; werk vooral via anderen die een zekere vertrouwensrelatie hebben.
- Bied mentale ondersteuning aan mensen: het gevoel van eigenwaarde en perspectief zijn essentieel voor de motivatie.
- Besteed aandacht aan coaching van vrijwilligers.
- Organiseer cursussen voor vrijwilligers om hun deskundigheid te bevorderen (fondsen willen dat soort activiteiten altijd graag steunen!).
- Bij schuldenproblemen kun je een hoop betekenen in het voortraject naar schuldhulp. Voor die ondersteuning zijn altijd veel vrijwilligers te porren.
- Besteed vooral ook aandacht aan de nazorg bij mensen in de schuldhulp.
- Onder vrijwilligers zitten heel vaak ook ervaringsdeskundigen. Zet die in, want dan klikt het vaak des te beter met cliënten.
- Organiseer cursus- en informatieavonden met bijvorbeeld mensen van de afdeling die Bijzondere Bijstand verleent.
- Richt een noodfonds op. Dat kan ook provinciaal (zie Friesland, waar zelfs een aantal banken bijdragen aan het fonds).
- Werk samen met andere organisaties.
- Zoek je plek in het veld van maatschappelijke organisaties. Zorg dat je serieus genomen wordt, stel je niet té bescheiden op; je hebt recht op je plek in de (zorg)keten.
- Zoek goede samenwerking met de woningstichtingen(en). Zij kunnen een belangrijke rol spelen in vroegtijdige signalering. Met kleine interventies kun je dan vaak huisuitzettingen voorkomen.
- Zoek contact met de plaatslelijke politiek.
- Probeer een (maandelijks) gesprek te hebben met een belangrijke ambtenaar. Met deze contacten achter de schermen bereik je vaak meer dan met officiële contacten met de wethouder, bijvoorbeeld.
- Nodig gemeenteraadsleden uit voor een bezoek aan je plaatselijke (hulp)initiatief.
- Laat gemeenteraadsleden bij je werk stage lopen. Of laat ze tijdens het open spreekuur / inloopochtend een keer de gesprekken met cliënten doen.
- Keukentafelgesprekken: ga niet alleen naar (lokale) politici toe, maar laat ze ook naar je project en de mensen zelf toekomen.
- Nodig Kamerleden uit om samen met cliënten formulieren in te vullen om voorzieningen / rechten te verkrijgen. Ze zullen er in veel gevallen ook niet uitkomen en daar veel van leren.
- Documenteer wat je doet goed.
- Publiceer goede jaarverslagen.
- Doe veel aan het bekendmaken van je activiteiten, via lokale media, folders, etc.
- Publiceer in plaatselijke kranten. Vertel hoeveel armoede er is, vertel het concrete verhaal van een gezin of anderen in armoede.
- Laat ook binnen de kerken regelmatig van je horen met nieuws over je activiteiten.
Tips uit workshop 3 - Knelpunten lokaal aanpakken
- Boodschappenkaart. Basispakket per week. Maak samen met de mensen een boodschappenlijstje en dan kunnen de mensen kiezen wat ze nodig hebben. Ga dit dan samen met een vrijwilliger kopen. De intake gaat met een onafhankelijke instantie en men doet ook aan integratie en geeft bredere hulp. In Amstelveen heeft de diaconie een voedselproject waar de mensen elke week een lijstje maken. Samen met vrijwilligers worden de zaken op dat lijstje dan ingekocht.
- Ruilwinkel. Opzetten van ruil-streekwinkel met kleine diensten. Zet wijkproject op met ruilhandelsysteem. Zet klussendienst op die aansluit bij bestaande diensten.
- Tuin- of klusprojecten. Zet een tuinproject op, dat loopt als een trein. Klusproject opzetten: geef mensen het benodigde gereedschap, dan kunnen mensen zelf aan de slag.
- Stedenestafette. Sluit je aan bij de landelijke Sociale Alliantie die bezig is met een stedenestafette, Het motto is: De stad Armoedevrij!. Dit in samenwerking met alle organisaties in de gemeente die zich met anti-armoede-activiteiten bezighouden. Zwolle is de eerste stad van de stedenestafette. Het rapport Zwolle Armoedevrij is te downloaden van www.diaconiezwolle.nl/agenda/zwollearmoedevrij_000.php.
- Sociale conferentie. Houd een Sociale Conferentie of een armoedeconferentie met gemeente en maatschappelijke organisaties. Daar moet je niet alleen veel praten en luisteren en dat op papier zetten, maar er moet ook wat worden gedáán met de resultaten. Neem bv het onderwerp: bejegening en dat van twee kanten. Het Nederlands Terugspeeltheater wordt aangeraden.
- Armoedechecklist. Er is door de Arme Kant Zuid-Holland een WMO-armoedechecklist ontwikkeld. Die is op te vragen bij DMAZ, Parkstraat 32, 2514 JK Den Haag 070 - 318 16 70, armekant@planet.nl, en ook te downloaden van de website www.armekant.dmazh.nl.
- Mensen uitnodigen. De diakenen koken een paar maal per jaar en nodigen dan mensen uit.
- Noodfonds. Zet een noodfonds samen met de gemeente en dat wordt gesubsidieerd mede door de gemeente, maar ook door maatschappelijke organisaties. In ons voorbeeld waren dat o.a. woningbouwvereniging en de Lions. Bij eerste nood wordt direct geholpen. Er wordt ook verwezen naar schuldhulpverlening en er worden ook leningen verstrekt.
- Onafhankelijk, kritisch en jezelf blijven. Blijf onafhankelijk, ook al ontvangt je noodfonds geld van de gemeente. Werk samen in een diaconaal platform. Als je een interkerkelijk diaconaal noodfonds hebt en de gemeente draagt ook bij, blijf dan toch onafhankelijk. Neem vanuit je eigen verantwoordelijkheid als diaconie de beslissingen. Je doet dat dan wel in nauwe samenwerking, maar je moet je eigen onafhankelijkheid niet opgeven. Door zelfstandig te blijven kun je een vuist maken. Houd de lijnen kort. Geen bureaucratie. Blijf kritisch. De lokale politici zijn er tijdelijk. Je moet bij de politiek zijn, maar je moet niet hun taal gaan spreken Je moet zorgen dat je een goed contact hebt en dat de mensen geraakt worden door wat je te vertellen hebt. Kritisch blijven is: jezelf blijven en kijken wat je ervan vindt en wat je ermee kunt.
- Je uitgangspunt overbrengen. Denk binnen de kerken na over: Wat is ons uitgangspunt eigenlijk? Dat moet je dan overbrengen van hart tot hart, van kerk naar politiek. Als je denkt dat het helpt dat een publiek figuur ambassadeur kan worden gebruik dat dan bij je strategieën.Hoe krijg je mensen rond de tafel en een voet tussen de deur.? Begin met aanschrijven per mail, lukt dat niet ga dan rondbellen. Persoonlijk contact werkt het beste. Maak mensen nieuwsgierig met een prikkelende stellingname. Ga in gesprek en laat zien wie je bent en wat je al doet.
- Netwerken: ga méér netwerken in je gemeente. Voorbeeld Wassenaar. Volgens de FNV-meetlat meest/minst sociale gemeente stond Wassenaar helemaal onderin. Groen Links kreeg één zetel. De partij heeft burgerraadsleden. De eerste vier jaar werden we uitgelachen, maar de PvdA schoof op. Wassenaar staat nu bij de top 10 en de VVD in Wassenaar heeft nu wel een sociale agenda. Dit kun je bereiken met twee kleine partijtjes.Je krijgt een voet tussen de deur door te zorgen dat je invloed krijgt bij de politiek. Ook in je wijkgemeente zitten mensen uit allerlei politieke partijen. Je moet je ervan bewust zijn dat bij het vormgeven van de WMO de gemeente verplicht is ook het bestuur van de kerken te raadplegen. Dus nodig jezelf en/of iemand van je bestuur uit bij de wethouder. Persoonlijk contact is belangrijk. Kerken moeten hun predikant naar de gemeente sturen. Dat spreekt bestuurders aan. Of stuur een bestuurslid van de raad van kerken. Bij het benaderen van politici moet je lobbyen. Je moet interesse tonen in de ander. Je moet zorgen dat je bij een volgende ontmoeting méér weet. Je merkt dan dat niemand beter/minder is dan jij. Ga na afloop met elkaar een biertje drinken. Persoonlijk contact van mens tot mens is belangrijk. Ben trots en zorg dat je sterk bent. Je hebt niks aan zieligheid.
- Deskundigheid. Zorg in de praktijk, met name vanuit de kerken, dat je deskundig bent. Je moet de Sociale Dienst tegenspel kunnen bieden.Draag uit dat zorg arbeid is en als zodanig ook betaald moet worden, ook met pensioenopbouw. Stel bij de armoede ook rijkdom aan de orde. Dat wordt te weinig gedaan.
- Culturele en creatieve activiteiten. Toneelstuk ‘Lazarus?’, www.wresinskicultuur.nl, wordt genoemd. Het samen maken zingen van smartlappen, in Den Haag is er een muziekgroep. Al genoemd: Terugspeeltheater.
Tips uit workshop 4 – Knelpunten (landelijk) aanpakken: lobbyen
- Advocacy/belangenbehartiging houdt in: mensen met macht proberen te beïnvloeden.
- Lobby is slechts één onderdeel van beleidsbeïnvloeding.
- Bij lobby gaat het om communicatie van twee kanten: niet alleen zenden, ook luisteren. Het gaat erom een brug te vormen tussen mensen met en mensen zonder macht: voortdurend bezig zijn met het opbouwen van relaties.
- Lobby is niet het zelfde als actievoeren: lobby is juist meer ‘in gesprek gaan’.
- Als je formele structuren los durft te laten, is er veel meer ruimte om ‘van mens tot mens te praten’.
- Lobby is uit op een ‘win-win’ voor de beide partijen die erbij betrokken zijn (NB: slechte lobbyisten luisteren onvoldoende naar de doelgroep waarvoor zij lobbyen, goede lobbyisten blijven in contact met de doelgroep die zij vertegenwoordigen).
- In plaats van te spreken van ‘lobby’ kun je ook spreken van ‘ambassadeurs’. Dat kan heel goed en efficiënt opgepakt worden in de vorm van twee personen: iemand uit de doelgroep (= armen) + iemand uit de machthebbende groep, die samen aan de poort van de macht rammelen.
- Het is belangrijk altijd concrete ervaringen vanuit de doelgroep op papier te hebben.
- Naast ervaringen ook mogelijke oplossingen aandragen.
- Heel belangrijk: goede verslagen (zwart op wit) maken van (lobby)bijeenkomsten.
- Timing is van groot belang. Bijvoorbeeld: aan het begin van een nieuwe collegeperiode staan nieuwe wethouders en raadsleden open voor (nieuwe) ideeën.
- NB: Lobbyen is niet (nu er naar verwachting grote bezuinigingen doorgevoerd worden) tegen een machthebber zeggen ‘niets mee te maken dat u moet bezuinigen’. Je moet je als lobbyist ook verdiepen in hoe moeilijk die machthebber het heeft.
- Tegelijkertijd is lobby ook vaak: het doorprikken van smoesjes.
- Bewustwording van en besluitvorming door machthebbers is een proces dat diverse fasen doorloopt: Begin (kennismaking met het probleem), Analyse, Formeel Besluit, Implementatie. De kansen om het proces te beïnvloeden zijn het grootst aan het begin van het proces. Ook het soort informatie + aan wie je die informatie toespeelt verschilt erg per fase.
- Advies voor lobbyisten: zoek bondgenoten (= andere belanghebbenden).
Een proces van lobbyen kent 10 stappen/aandachtspunten:1. je eigen organisatie: wat wil je bereiken? Jouw lobbywerk moet passen binnen het bredere werk van je organisatie2. wat wil je met je lobbywerk bereiken: niet alleen het probleem benoemen, ook oplossingen aandragen3. de (doel)groep waarvoor je lobbiet: wat willen zij? NB niets is zo gevaarlijk als een oplossing bedenken die de mensen zelf om wie het gaat niet herkennen of niet willen4. Bij wie moet je zijn: welke besluitnemers? In welke fase zitten zij? Wat zijn hun belangen? Waarom doen zij wat zij doen/5. als lobbyende organisatie: waar ben je goed in? Wat is je toegevoegde waarde?6. Andere belanghebbenden: wie zijn mijn vrienden en medestanders? Waar liggen kansen? Of bedreigingen? Wie zullen misschien tegenacties gaan opzetten?7. Reflectievraag: is lobby mogelijk? Is het de beste optie? Of is misschien actie of rechtstreekse hulpverlening meer op zijn plaats?8. Maak een lobbyplan: wie doet wat, wanneer?9. Voer het lobbyplan uit10. Evalueren en monitoren: analyseer wat er fout ging. Waardoor?
Reacties
Nieuwe reactie inzenden