Pie van Weersch van Stichting de Pijler in gesprek met Jan Houben en Paul Loderus, beide actief betrokken bij SAN (Sociale Actie Nuth).
Een korte introductie:
Paul, vroeger werkzaam als chauffeur in een drankenhandel, is al bijna zijn leven lang actief in de Protestantse Streekgemeente in Nuth: “Ik heb altijd mijn ziel en zaligheid gelegd in het kerkelijk werk en zodoende werd ik ook betrokken bij SAN. SAN was een initiatief van de Rooms-katholieke kerk in Nuth en zocht verbreding.”
Jan was vroeger werkzaam als projectleider in het elektrotechnisch bedrijfsleven. Hij was actief in de plaatselijke voetbalvereniging, daar werd hij door de geestelijk adviseur benaderd om deel te nemen aan het Parochieel Overleg in Nuth, een club waarin vooral werd gepraat over de gang van zaken in de parochie. “Ik ben eigenlijk meer een ‘doener’ dan een vergaderaar.
Ik was blij dat er vanuit de diakonie het plan werd geopperd om concreet met armoede in Nuth aan de slag te gaan. Samen met een tweetal pastoraal werkers hebben we in 1997 de werkgroep Armoede in Nuth opgericht. Een paar jaar als zodanig gefunctioneerd, hebben we gedurende die tijd een goede relatie met de gemeente Nuth opgebouwd, in het bijzonder met de plaatselijke gemeentelijke Sociale Dienst.”
Naamgeving
“Het grote struikelblok vormde toch onze naamgeving: de werkgroep Armoede in Nuth. Men vond dit te beladen voor de mensen in zo’n relatief kleine gemeenschap. Die laten zich niet graag aanspreken op hun levenssiuatie en eventuele problemen. Samen met anderen hebben we toen voor de naam SAN gekozen. Hierdoor kregen we wat gemakkelijker toegang naar zowel de officiële instanties als naar de mensen van onze doelgroep.”
“In 2002 bij de invoering van de Wet Werk en Bijstand werd ook de formele cliëntenparticipatie in Nuth in het leven geroepen en zeker in de begintijd hebben we een rol gespeeld om mede de cliëntenraad Nuth gestalte te geven, omdat men werk ging doen dat wij daarvoor als SAN ook al deden.
Tussen wal en schip?
Enerzijds een goede ontwikkeling, van de andere kant betekende dit voor SAN minder werk. We besloten toch door te gaan als SAN. We waren inmiddels een bekende groep geworden en zijn vertegenwoordigd door mensen die uit de verscheidene buurtgemeenschappen van de gemeente Nuth afkomstig zijn. In het begin hebben we de cliëntenraad mee helpen op te bouwen en een van de belangrijkste taken nu is, om de cliëntenraad te ondersteunen en adviseren in hun werk naar de gemeente toe.
Jullie hebben blijkbaar toch geconstateerd dat er ook in Nuth behoefte was aan een club die zich ging bezig houden met armoedebestrijding. Hoe ging dat in zijn werk?
We kregen nogal wat verhalen te horen van onze pastoraal werkster, een vrouw die actief was in de gemeenschap van Nuth. Zij kon zien en waarnemen wat er zich achter vele voordeuren afspeelde. Er gebeurden dingen waarvan wij vonden dat deze niet acceptabel zijn in een gemeenschap en dat we iets moesten ondernemen om de leefsituatie van die mensen te verbeteren.
Dat was ook de aanleiding om vanuit het diaconaal werk de werkgroep op te richten en hierbij ook andere groeperingen te betrekken. Zo werd ook de protestantse kerk er bij betrokken. Daarnaast moet je van huis uit wel een sociaal denkend en voelend mens zijn en de bereidheid hebben om mensen die het minder goed gaat te helpen.
Hoe is het om in een plaats als Nuth actief te zijn op het terrein van armoedebestrijding?
Dat is best moeilijk. Mensen in zo’n kleine gemeenschap waar iedereen iedereen kent, komen er niet graag voor uit dat ze in een moeilijk parket zitten en ondersteuning nodig hebben van anderen of dat de Sociale Dienst is of wij als SAN. Als voorbeeld noemen we de kledingbank, die we hebben georganiseerd.
Omdat wij bekenden waren, schrokken we blijkbaar mensen af: “Heb je gezien wie hier allemaal rondloopt? Hier ga ik niet naar binnen. Morgen weet heel het dorp dat ik op de kledingbank ben geweest.” Dat gold ook voor het spreekuurwerk dat wij organiseerden. We hebben nu een intergemeentelijke cliëntenraad en mensen uit de andere dorpen doen het spreekuur bij ons en wij doen dat bij hen. Zo vormen we minder een bedreiging voor de mensen.
Hoe hebben jullie verder aan de weg getimmerd?
We hadden mooie flyers gemaakt die overal hingen op plekken waar mensen die tot onze doelgroep horen kwamen. De respons hierop vooral richting de gemeentelijke sociale dienst viel enigszins tegen. We zijn wel als SAN altijd geaccepteerd door de gemeente en men heeft ook geluisterd naar voorstellen die wij deden.
Zo hebben we als voorbeeld er voor gezorgd dat er een zo eenvoudig en duidelijk mogelijke communicatie naar de betrokken burgers is gekomen. Verder hebben we onder andere voor gezorgd dat er een vereenvoudiging en bijna halvering plaatsvond van de benodigde papieren die mensen in het kader van de WWB moesten invullen. En dat er meer privacy moest komen voor cliënten van de sociale dienst in het gemeentehuis. Vermeldenswaardig is dat we nog elk jaar van de gemeente een waarderingsbijdrage ontvangen voor het werk dat we doen als SAN.
Hoe is jullie relatie met de rest van de gemeenschap?
Het is best moeilijk om zaken voor elkaar te krijgen. We krijgen niet altijd respons op zaken die we aankaarten. Mensen zijn ook bang, nogmaals omdat iedereen iedereen kent, om voor hun zaken naar ons te komen. Zij willen hier liever niet mee worden geconfronteerd.
Is er sprake van zogenaamde verborgen armoede?
Volgens ons zeker. Uit gegevens die we hebben blijkt dat toch enkele honderden mensen van een WWB uitkering moeten rondkomen. Daarnaast hebben we veel ouderen in onze gemeenschap die van een AOW en een klein pensioen moeten rondkomen. Echter deze groep zal nooit te kennen geven dat ze het moeilijk hebben. Daar zijn die mensen veel te trots voor. Verder constateerden we verschillen tussen de verschillende dorpen.
Nuth was een mijnwerkersdorp en afhankelijk van de industrie. We ervaren nog steeds de naweeën van de mijnsluitingen. Voerendaal was een forensendorp van Heerlen. Simpelveld-Bocholtz was meer een agrarische gemeente met haar eigen problematiek. Laten we vooral de problemen die kleine zelfstandigen hebben niet wegvlakken. Vooral kleine boeren hebben het zwaar te verduren; als je hun arbeidsuren zou omzetten in loon, dan denken we dat ze behoorlijk onder het minimum zitten. En tenslotte geldt dit ook voor grote groepen die rond of net boven het minimumloon zitten.
Een kleine gemeenschap en openbaarheid
Een kleine gemeenschap kent dus nadelen als het gaat om in je de openbaarheid te manifesteren. We hebben echter ook het voordeel dat we veel mensen persoonlijk kennen en in die hoedanigheid in staat zijn om mensen te helpen. Dit gebeurt op een andere manier dan bijvoorbeeld in een grote stad waar men misschien wat harder en zakelijker voor de belangen van de mensen kan op komen. Maar op onze manier doen wij toch ook veel voor de gemeenschap. Een goed voorbeeld is onze kerstpakkettenactie. Het is echt goed om te zien, hoeveel mensen we hier mee bereiken. We hebben een inzamelpunt voor de kledingbeurs en sinds kort hebben we dit ook voor kinderspeelgoed.
De SAN heeft dus nog bestaansrecht en blijft nodig in Nuth?
Volmondig: “ja, natuurlijk”. Via de cliëntenraad kunnen we goed werk verrichten. Daarnaast lukt het ons ook om via andere kanalen ons werk bekend te maken en dat we hoe langer hoe meer voor elkaar kunnen krijgen voor onze doelgroep in Nuth. SAN zal sociaal actief blijven. Moeilijkste punt en dat geldt niet alleen voor ons, is hoe we onze achterban het best kunnen bereiken.
Informatie: Jan Houben 045-5243362 .
Op de Steunkaart van Limburg kun je zien bij welke instellingen en organisaties die zich met armoede bezighouden, je terecht kunt.